Luister
muziek
6 december 2023 - 06:04
Deel dit artikel:

Kapper Marius van Erp knipt al 60 jaar en wil niet stoppen: 'Ik kan niet zonder mensen'

Al spreekt men vaak van ‘de kapper van het Florapark’, toch wordt dan echt Marius van Erp bedoeld, barbier aan de Dommelseweg 12a in Valkenswaard. De 75-jarige kan het maar niet laten om klanten te ontvangen. Hij pakt een uurtje vrij om Valkenswaard24 te vertellen over zijn passie.

valkenswaard24
  / Evert Meijs
  • Beeld - Evert Meijs
Advertentie

De kapper gluurt al door het etalageraam van zijn kapsalon. Boven de winkel hangt de naam Florapark. Ernaast een reclamebord met Herenkapper M. van Erp. Achter het ene raam een mannenfoto en rechts een damesportret. Verder zie je enkele kleine bloempotjes, een veiligheidscamera en wat beeldjes, waaronder een kapper die aan het werk is. Marius roept je binnen in zijn kapsalon, welke alleen al door de stoelen nostalgie ademt. Enkele kleerborstels passen daar goed bij en zeker ook de ouderwetse kassa verraadt dat hier de tijd ’n beetje stil heeft gestaan. “Valkeswird gaat me aan mijn hart”, zo luidt het.

Marius start het koffiezetapparaat op en valt met de deur in huis door te zeggen dat hij twaalf jaar deel uitmaakte van de gemeenteraad. “De combinatie kapper en gemeenteraad zie je maar zelden. De kapper hoort wat er onder de mensen leeft en kan dat naar boven brengen”, zegt de Valkenswaardenaar, in 1948 geboren aan de Leenderweg, bij de verkeerslichten, waar nu ook een kapper zit. Zijn vader en moeder hadden daar al een dames- en herenkapsalon. “Mijn opa Nölleke van Erp was de eerste kapper in Valkenswaard. Je moet weten dat vroeger iedereen zelf thuis knipte. Hij ook. Hij werkte bij De Hofnar en steeds meer mensen hoorden dat hij zo goed kon knippen.” Steeds vaker vragen mensen hem om te komen knippen met als gevolg dat hij steeds minder bij De Hofnar kan gaan werken en steeds meer gaat verdienen met knippen. Marius: “Nölleke had vijf kinderen, waarvan er twee later ook kapper werden; ome Harrie en mijn vader Piet. Mijn vader begon aan de Leenderweg en Ome Harrie aan de Eindhovenseweg. Vader had drie zonen; Pierre, Cor en mij. Toen we vijftien waren moesten we thuis meehelpen en dat beviel goed. Pierre en ik gingen naar de kappersschool: hij dames en ik heren.”

Kleinschalig

Pierre stort zich op kapsalons voor oudjes, in zes bejaardencentra. Als Marius 21 wordt, inmiddels 54 jaar geleden, begint hij voor zichzelf. Eerst enkele jaren aan de Dommelseweg, waar later een stomerij komt, en daarna hier aan het Florapark. Intussen stapt een oudere dame binnen en maakt een afspraak voor haar man, omdat ze over enkele dagen een etentje hebben. Marius is trots op zijn salon en noemt zijn zaak kleinschalig, op afspraak en één op één. Hij loopt naar buiten en wijst door een hekwerk naar zijn woongedeelte. “Heeft niks met de salon te maken hoor. Ik heb wel geen tuin.” Eenmaal weer binnen vertelt Marius over de naam Florapark, volgens hem ooit een bijnaam voor het hier gelegen plantsoen.

Als je vraagt waarom de gastheer maar steeds blijft knippen ondanks zijn hoge leeftijd, zegt hij: “Ik moet mensen om me heen hebben. Daarom kan ik ook geen afscheid nemen van mijn kapsalon. Ik ben altijd betrokken bij Valkenswaard en je hoort hier van alles. Dat is het leukste. Ik hoef voor het geld niet te werken en heb nog een klantje of acht, negen per dag.” Het is relaxed om Marius te horen praten over zijn ervaringen. Hij vergelijkt zijn vak met dat van de taxichauffeur, de fysiotherapeut en de horeca. “Bij hen en bij mij hoor je alles over Valkenswaardse mensen, en zo word je psycholoog. Ook omdat ik in de gemeenteraad zat, hoorde ik allerlei verhalen en problemen”, en hij wijst naar de medaille van zijn koninklijke onderscheiding, die statig in één van de kastjes hangt. “Gekregen na drie periodes gemeenteraadslid.”

Van de drie dromen van Marius (zelfstandig kapper worden, in de gemeenteraad zitten en tonprater worden) is de laatste nimmer verwezenlijkt. “Ik loop al vijftig jaar in de carnavalswereld rond, bij mijn carnavalsclub ADA. Zij organiseren altijd de kampioenschappen tonpraten. Ik ben een trouwe bezoeker van dit evenement en kan er van genieten. Ik heb nooit meegedaan, maar ik schrijf voor mezelf wel vaak een tekst.”

Reuring in de zaak

Als het over kapsels vroeger en nu gaat, legt Marius uit dat alles van toen in de mode van nu terug komt. Vijftig jaar geleden knipte zijn moeder de zijkanten kaal met de tondeuse, boven liet ze alles zitten, want stel je voor dat dat ooit nog zou kunnen gaan krullen. “En wat zie je nu? Ieder menneke is opgeschoren en is aan de zijkant gewoon kaal!”

De meeste klanten van Marius weten al veertig jaar de weg naar het Florapark. “Weet je dat er maar weinig specifieke herenkappers zijn? Nou zijn er trouwens plots vier Turkse herenkappers bijgekomen. Typisch hè!” Dan vertelt hij dat soms één van zijn kappersstoelen wordt verhuurd aan andere zelfstandige kappers. Dat geeft dan wat reuring in de zaak, zeker als het een dameskapster betreft. “Ik leer ze dan, net als mijn stagiaires, dat de klant zorgt voor je salaris, vakantiegeld, verzekering en noem maar op. Onthoud dat. De klant zorgt voor jouw vreten, hè. Die klant is belangrijk. Je moet dienstverlenend zijn.”

Op het einde van de ontmoeting gaat het nog even over haarverven, of spoelen. “Kijk maar eens naar Wilders, Jetten, Dijkhof of Rutte. Ik let er onbewust op dat zij hun haren verven.” Vroeger bestelde Marius ook haarstukjes om kale plekken op het hoofd te verbergen, maar die tijd is voorbij voor de herenkapper. Hij heeft een ontspannen leven, die Marius. Na twee pakjes sigaretten per dag is hij gestopt met roken, gaat elke donderdagavond met enkele politieke vrienden naar de kroeg om een boom op te zetten en neemt verlof als het hem zelf goed uit komt. Met recht hoort Marius bij de bekende dorpsfiguren van Valkenswaard.

Download de gratis app van Valkenswaard24 en mis niets → Apple | Android

Deel dit artikel:
Advertentie



Ga terug
Advertentie
Advertentie