Luister
Live
10 april 2021 - 05:58
Deel dit artikel:

Eric van den Heuvel: 'Onze rijtuigen zijn als mijn kinderen, je houdt ervan en zorgt ervoor'

Molenstraat 200 is het domein van Frits, Henri en Eric van den Heuvel. In een schitterend onderkomen staan talloze koetsen en rijtuigen uit binnen- en buitenland. Helaas mochten er het afgelopen jaar geen bezoekers binnen gelaten worden. Maar organisator en beheerder Eric houdt zijn passie voor het unieke museum met beide knuisten vast.

valkenswaard24 / Evert Meijs • Beeld - Evert Meijs

De verlichting in het museum brandt nog. “Vanmiddag kwam de heer Van Beurden foto’s maken voor zijn stamboom. Hij is erachter gekomen dat er 32 wagenmakers in zijn familie zitten. Ik heb ook een schamel, een houten onderdeel van een rijtuig, uit 1835 met de initialen erin van zijn familie.” Eric loopt door het museum naar het achterste deel en neemt plaats aan een tafeltje en zegt: “Dit is een internationaal museum. Het eerste jaar dat we open waren, ontving ik bezoekers uit twintig landen”, en hij laat intussen een groot fotoboek zien met daarin allerlei ‘voertuigen’ die door paarden voortgetrokken kunnen worden.

Chapeaudoppen
Volgens Eric draait het niet puur om het museum. “We hebben een grote parkeerplaats. Die wordt ook gebruikt voor internationale bussen met toeristen. We hebben autoritten die hier vertrekken, een tussen- of de eindstop hebben”, zegt de beheerder en schuift wat met enkele fraaie koperen wieldoppen (chapeaudoppen) waarop de naam van de desbetreffende fabrikant sierlijk staat aangegeven. Hij laat een oude advertentie zien van de fabriek van Carters, die een catalogus had met 600 verschillende modellen. “Deze dop hoort bij een Bath Chair (de voorloper van de rolstoel), die werd gebruikt in het dorpje Bath om ermee van het kuuroord naar de zee, naar de gezonde lucht, te rijden. Dan stond er een ezeltje voor, een pony of hij werd door een man getrokken.” Ook vinden hier brocantemarkten plaats en kunnen vergaderingen gehouden worden, zoals de loting voor de paarden en de huifkarren van de Handelse Processie.

Op de vraag wat het verschil is tussen een sjees en een koets, zegt Eric: “De twee hoofdzaken zijn een koets en een rijtuig. Een koets heeft een gesloten kast met deurtjes. En een rijtuig is open. Een sjees is een rijtuig op twee wielen. Een Friese sjees komt uit Friesland en de Hollandse sjees is de voorloper van de Friese. Onze Hollandse die je hier op de foto ziet is van 1760 en was onderdeel collectie van Diny Vierny, van een kunstatelier op de Champs Elysées in Parijs. Daar stond ie dertig jaar. Na haar overlijden hebben wij die koets kunnen kopen. Een puur stuk Nederlands erfgoed. Ons hart gaat namelijk uit naar Nederlandse rijtuigbouwers, zoals de familie Kimman. Maar ook uit heel veel grote Europese hoofdsteden hebben we hier koetsen staan.”

Met klasgenootjes naar De Malpie
Dan gaat het even over de enorme betrokkenheid van Eric. Hoe is dat zo gekomen? “Mijn vader Christiaan startte vijftig jaar geleden in Valkenswaard met de handel in paarden en pony’s. Hij had ook een dekhengst, Comet genaamd, die hij uit Engeland haalde. De hengst had 102 dekkingen op een jaar en 104 veulens. Zo succesvol.” Eric gaat ponyrijden, soms met de kinderen van de klas. “We hadden alleen een hoofdstelleke en een tak als zweep en gingen elke dag naar De Malpie of het Leenderbos. Later hielp ik thuis met het verzorgen van de dieren. Maar de liefde voor koetsen en rijtuiglampen is eigenlijk groter dan voor dieren. Broer Frits is een echte dierenvriend en is samen met mijn andere broer Henri en mij eigenaar van het museum.” In 1970 start vader Christiaan met de handel in koetsen en broer Henri komt in de werkplaats om de koetsen te restaureren. Op Molenstraat 195 staat nu de handelsvoorraad van de rijtuigen.

Het afgelopen coronajaar is Eric tóch druk, zonder dat het iets opbrengt. “Ik ben bezig met het bestrijden van motten. Het leerwerk moet ingevet worden en de koetsen moeten af en toe wat verzet worden zodat de wielen rond blijven. Ook de luchtvochtigheid staat onder controle en natuurlijk wordt er gepoetst en schoongemaakt.” Want behalve koetsen zijn er ook lampen, koffers, hoeden, carousselpaarden, parasols, miniaturen, schilderijen en prenten, sleeën, wandelstokken, chapeaudoppen en coachhoorns. Het museum is vijf jaar geleden geopend en mag trots zijn op wereldwijde belangstelling. “Want de handel gaat door en soms verruilen we hier een rijtuig voor een nóg mooier exemplaar.” De zoon van Eric, Sjors, lijkt ook belangstelling te hebben voor pa’s gedrevenheid en is in dienst van het bedrijf.

Tot slot volgt een korte rondleiding door het Valkenswaardse Rijtuigenmuseum en wijst Eric als geroutineerd gids op allerlei wetenswaardigheden en vertelt leuke anekdotes. “De coach is eigenlijk het mooiste rijtuig, het hoogst in rang, maar een Hollandse sjees is ook geweldig om over te vertellen. Elk rijtuig is in zijn type bijzonder, want anders stond het hier niet.” De beheerder hoopt dat het museum weer zo snel mogelijk open kan, “want zó is er geen lol aan.”

Download de gratis app van Valkenswaard24 en mis niets → Apple | Android

Deel dit artikel:

Reageren

Ga terug